Artikel 50 AI Act: transparantieverplichtingen bij gebruik van AI
- Miranda Haak
- 2 dagen geleden
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 1 dag geleden
Een driedelige serie over de Europese richtsnoeren van 20 juli 2026
Vanaf 2 augustus 2026 gelden de transparantieverplichtingen van artikel 50 van de AI Act. Op 20 juli 2026 publiceerde de Europese Commissie niet-bindende richtsnoeren die verduidelijken wanneer chatbots, AI-content en deepfakes gelabeld moeten worden. Deze serie zet de belangrijkste uitkomsten op een rij.

Deel 1 — Welke transparantieverplichtingen bevat artikel 50 van de AI Act?
Geen algemene meldplicht
Organisaties gebruiken kunstmatige intelligentie steeds vaker bij klantcontact, communicatie, rapportages, artikelen, afbeeldingen en video's. Betekent dit dat een organisatie voortaan altijd moet vermelden dat AI is gebruikt?
Nee. De AI Act bevat geen algemene verplichting om ieder professioneel gebruik van AI openbaar te maken. Wel gelden vanaf 2 augustus 2026 specifieke transparantieverplichtingen voor bepaalde AI-systemen en voor bepaalde vormen van AI-gegenereerde of gemanipuleerde content.
De richtsnoeren van 20 juli 2026 zijn niet juridisch bindend — een bindende uitleg kan alleen het Hof van Justitie van de EU geven — maar geven wel duidelijkheid over wie verantwoordelijk is, welke verplichtingen gelden en welke uitzonderingen mogelijk zijn.
Wat regelt artikel 50?
Artikel 50 bevat vier afzonderlijke transparantieverplichtingen, elk gericht op een ander type AI-systeem of output, plus een vijfde lid dat de vorm en het moment van informeren regelt.
Bepaling | Verantwoordelijke | Onderwerp |
Artikel 50 lid 1 | Aanbieder | Rechtstreekse interactie tussen een AI-systeem en natuurlijke personen |
Artikel 50 lid 2 | Aanbieder | Technische markering en detecteerbaarheid van AI-content |
Artikel 50 lid 3 | Gebruiksverantwoordelijke | Emotieherkenning en biometrische categorisatie |
Artikel 50 lid 4 | Gebruiksverantwoordelijke | Deepfakes en bepaalde openbaar gepubliceerde AI-teksten |
Artikel 50 lid 5 | Aanbieder én gebruiksverantwoordelijke | Vorm, moment en toegankelijkheid van de informatie |
De richtsnoeren volgen deze indeling en werken per lid uit hoe de verplichtingen in de praktijk moeten worden toegepast.
Bepalend is de kwalificatie, niet het gebruik op zich
Een intern memo dat met AI is opgesteld, valt niet automatisch onder dezelfde regels als:
· een chatbot die rechtstreeks met klanten communiceert;
· een AI-systeem dat synthetische beelden genereert;
· een systeem voor emotieherkenning of biometrische categorisatie;
· een deepfake;
· een openbaar gepubliceerd AI-artikel over een onderwerp van publiek belang.
De verplichtingen kunnen wel cumulatief gelden. Een AI-systeem dat rechtstreeks met personen communiceert én tijdens die interactie beelden genereert, kan zowel onder lid 1 als onder lid 2 vallen — en als het beeldmateriaal daarna als deepfake wordt gepubliceerd, komt daar mogelijk ook lid 4 bij.
Lid 1 — Directe interactie met AI
Aanbieders van AI-systemen die rechtstreeks met natuurlijke personen communiceren (chatbots, telefonische AI-assistenten, AI-gestuurde klantenservice) moeten hun systeem zo ontwerpen dat direct duidelijk is dat sprake is van AI. De gebruiker moet dit uiterlijk bij het begin van de interactie weten. Alleen wanneer dit in de concrete omstandigheden al evident is, is een aparte melding niet nodig.
Lid 2 — Technische markering van AI-content
Aanbieders van AI-systemen die tekst, beeld, audio of video genereren of manipuleren, moeten ervoor zorgen dat de output:
machineleesbaar wordt gemarkeerd, én
detecteerbaar is als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd.
Deze verplichting geldt niet voor standaardbewerkingen of situaties waarin de input of de betekenis daarvan niet substantieel wordt gewijzigd. De verplichting rust op de aanbieder van het AI-systeem — een organisatie die een bestaande generatieve AI-toepassing afneemt, hoeft dus niet zelf een technisch markerings- of detectiesysteem te ontwikkelen.
Lid 3 — Emotieherkenning en biometrische categorisatie
Gebruiksverantwoordelijken van systemen voor emotieherkenning of biometrische categorisatie moeten de betrokken personen informeren dat zo'n systeem wordt ingezet. Deze informatieplicht staat naast de AVG en andere privacywetgeving: een correcte melding maakt het gebruik van het systeem niet automatisch rechtmatig.
Lid 4 — Deepfakes en bepaalde AI-teksten
Bij deepfakes moet zichtbaar of hoorbaar worden gemaakt dat de content kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd. Voor AI-gegenereerde of bewerkte teksten geldt de verplichting alléén wanneer zij worden gepubliceerd om het publiek te informeren over onderwerpen van publiek belang — en er geldt een uitzondering wanneer de tekst inhoudelijk door een mens is beoordeeld en er redactionele verantwoordelijkheid wordt gedragen (zie deel 2).
Lid 5 — Duidelijk, tijdig en toegankelijk informeren
De informatie uit de eerste vier leden moet:
duidelijk zijn;
te onderscheiden zijn van andere informatie;
uiterlijk bij de eerste interactie of blootstelling worden gegeven;
voldoen aan de toepasselijke toegankelijkheidseisen, onder meer voor personen met een beperking.
Daarnaast moet volgens de richtsnoeren rekening worden gehouden met de kenmerken van de doelgroep die de content ontvangt of ermee interacteert — bijvoorbeeld wanneer kinderen, ouderen of andere kwetsbare personen redelijkerwijs deel uitmaken van het publiek.
Een algemene verwijzing in een privacyverklaring of AI-beleid is op zichzelf niet voldoende — de melding moet onderdeel zijn van de concrete interactie of van de content zelf.
Aanbieder of gebruiksverantwoordelijke?
Een aanbieder ontwikkelt of laat een AI-systeem ontwikkelen en brengt het onder eigen naam of merk op de markt of in gebruik. Lid 1 en lid 2 richten zich tot de aanbieder.
Een gebruiksverantwoordelijke (deployer) gebruikt een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid en bepaalt waarvoor en hoe het wordt ingezet. Lid 3 en lid 4 richten zich tot de gebruiksverantwoordelijke.
Lid 5 geldt voor beide partijen.
Een organisatie kan meerdere rollen tegelijk hebben — bijvoorbeeld als zij een chatbot zelf ontwikkelt én zelf inzet.
Overgangsperiode: alleen voor de technische markering
Artikel 50 geldt vanaf 2 augustus 2026. Er bestaat geen algemene uitstelperiode. Alleen voor de technische markerings- en detectieverplichting van lid 2 geldt voor bepaalde al bestaande generatieve AI-systemen een beperkte overgangsregeling tot 2 december 2026.
Belangrijk detail uit de richtsnoeren: bij systemen die zowel interactief als generatief zijn (bijvoorbeeld een chatbot die ook afbeeldingen genereert), geldt de overgangsperiode alleen voor de markeringsplicht van lid 2. De meldplicht voor de directe interactie zelf (lid 1) moet gewoon al op 2 augustus 2026 op orde zijn. Ook geldt: content die vóór 2 augustus 2026 is gegenereerd of gemanipuleerd, hoeft niet met terugwerkende kracht gelabeld te worden — tenzij een tekst pas ná die datum wordt gepubliceerd.
Wat moeten organisaties nu beoordelen?
Communiceert een AI-systeem rechtstreeks met natuurlijke personen?
Genereert of manipuleert het systeem tekst, beeld, audio of video?
Wordt emotieherkenning of biometrische categorisatie toegepast?
Worden deepfakes of AI-teksten over onderwerpen van publiek belang gepubliceerd?
Is de organisatie aanbieder, gebruiksverantwoordelijke, of allebei?
Is de informatie duidelijk, tijdig en toegankelijk?
Handhaving en boetes
De lidstaten stellen regels vast voor de handhaving van de AI Act. Voor overtreding van artikel 50 geldt een boetemaximum van €15 miljoen of 3% van de wereldwijde jaaromzet. Voor mkb-ondernemingen geldt het laagste van beide maxima.
Conclusie deel 1
Artikel 50 bevat geen algemene regel dat ieder AI-gebruik zichtbaar moet worden gemaakt. De eerste vraag is dus niet "is hier AI gebruikt?", maar: onder welk onderdeel van artikel 50 valt de toepassing, welke rol heeft de organisatie, en welke transparantieverplichting volgt daaruit?
In deel 2 gaan we dieper in op AI-gegenereerde teksten, menselijke beoordeling en redactionele verantwoordelijkheid.
DUFINCO helpt organisaties om hun AI-toepassingen te inventariseren, de juiste rol onder de AI Act vast te stellen en te beoordelen welke transparantieverplichtingen van toepassing zijn. Vragen over artikel 50 of over de voorbereiding op 2 augustus 2026? Neem contact op via info@dufinco.nl of bel +31 6 512 47 217.

