Nieuwe regels voor productaansprakelijkheid: wat verandert er voor uw onderneming?
Software, AI en updates vallen straks nadrukkelijk onder de productaansprakelijkheid. Wat betekent dat voor fabrikanten, softwareleveranciers en andere partijen in de keten?

Waarom veranderen de regels voor productaansprakelijkheid?
Een product bestaat allang niet meer uitsluitend uit fysieke onderdelen. Machines worden aangestuurd door software, apparaten krijgen regelmatig updates en kunstmatige intelligentie (AI) speelt een steeds grotere rol. Maar wie is verantwoordelijk als zo’n product schade veroorzaakt?
De herziene Europese productaansprakelijkheidsrichtlijn (EU) 2024/2853 past de aansprakelijkheidsregels aan deze ontwikkelingen aan. De gevolgen raken niet alleen fabrikanten, maar ook importeurs, distributeurs, softwareleveranciers en ondernemingen die bestaande producten aanpassen. Voor ondernemers is vooral de vraag wat dit betekent voor hun eigen producten, leveranciersafspraken en interne risicobeheersing.
In dit artikel
Wie is aansprakelijk als een product schade veroorzaakt?
Stel dat een Nederlandse machinebouwer een geautomatiseerde verpakkingsmachine levert. De machine bevat software van een externe leverancier. Na een software-update werkt een veiligheidsvoorziening niet meer goed en raakt een medewerker van de afnemer gewond. Wie kan dan aansprakelijk worden gesteld: de machinebouwer, de softwareleverancier of de partij die de update heeft uitgevoerd?
Onder de nieuwe regels kan de fabrikant van het eindproduct aansprakelijk zijn voor schade door een gebrekkig onderdeel, waaronder software. Daarnaast kan de fabrikant van dat onderdeel zelf aansprakelijk zijn, onder meer wanneer het onderdeel onder controle van de eindfabrikant is geïntegreerd en het product daardoor gebrekkig is. Wie onderdelen van derden inkoopt, sluit daarmee niet automatisch zijn aansprakelijkheid uit.
Een product is gebrekkig als het niet de veiligheid biedt die een persoon mag verwachten of die op grond van Unie- of nationaal recht vereist is. Daarbij tellen alle omstandigheden mee, waaronder presentatie, redelijkerwijs voorzienbaar gebruik en cyberbeveiligingseisen.
Vallen software en AI ook onder productaansprakelijkheid?
Ja. Software, waaronder AI-systemen, geldt onder de richtlijn uitdrukkelijk als product, zowel zelfstandig als geïntegreerd in machines. Ook gerelateerde digitale diensten kunnen meetellen: diensten die zo verbonden zijn met een product dat dit zonder de dienst een of meer functies niet kan vervullen. Denk aan een noodzakelijke clouddienst voor bediening op afstand.
Daarmee raakt de richtlijn ook technologiebedrijven, producenten van landbouwmachines met sensoren en AI, en voedingsmiddelenproducenten die apparatuur onder eigen merk verkopen. Vrije en opensourcesoftware die buiten een handelsactiviteit wordt ontwikkeld of geleverd, is uitgesloten. Niet iedere digitale dienst kwalificeert als gerelateerde dienst.
Wie draagt de verantwoordelijkheid binnen de productketen?
Wie een product onder eigen naam of merk aanbiedt, wordt eveneens als fabrikant beschouwd. Naast fabrikanten en componentenproducenten kunnen onder voorwaarden ook importeurs, gemachtigden, fulfilmentdienstverleners en distributeurs aansprakelijk zijn.
Voor producten van buiten de EU kunnen de importeur of gemachtigde in de EU aansprakelijk zijn. Ontbreken deze partijen, dan kan aansprakelijkheid onder voorwaarden bij de fulfilmentdienstverlener liggen. Distributeurs kunnen aansprakelijk worden als zij niet binnen één maand na een verzoek de relevante marktdeelnemer of hun eigen leverancier aanwijzen. Ook onlineplatforms kunnen onder specifieke voorwaarden aansprakelijk zijn wanneer zij de indruk wekken zelf of onder eigen gezag producten aan te bieden.
Wie ontwikkelt, specificeert, integreert en importeert het product? Die feitelijke rolverdeling bepaalt mede de juridische positie. Contractuele afspraken blijven belangrijk voor informatie, verantwoordelijkheden en onderling verhaal, maar kunnen wettelijke aansprakelijkheid jegens de benadeelde niet uitsluiten.
Wat verandert er bij software-updates?
Software kan na levering veranderen en beveiligingsproblemen kunnen updates noodzakelijk maken. De richtlijn houdt rekening met producten die na het in de handel brengen onder controle van de fabrikant blijven. Voor gebreken uit software, updates of gerelateerde diensten onder zijn controle kan hij zich niet zonder meer beroepen op het feit dat het gebrek aanvankelijk niet bestond. Ook het uitblijven van noodzakelijke beveiligingsupdates kan relevant zijn.
Wie buiten de controle van de oorspronkelijke fabrikant een product ingrijpend wijzigt én het gewijzigde product op de markt aanbiedt of in gebruik stelt, kan zelf als fabrikant gelden. Niet iedere update creëert nieuwe aansprakelijkheid. Bij de verpakkingsmachine is vooral van belang wie de wijziging heeft goedgekeurd en getest.
Wie kan schade claimen en welke schade wordt vergoed?
De richtlijn geeft natuurlijke personen die schade door een gebrekkig product lijden recht op vergoeding. Ook anderen kunnen onder voorwaarden een vordering instellen, bijvoorbeeld wanneer zij in de rechten van de benadeelde zijn getreden of namens deze mogen optreden.
De volgende soorten schade komen voor vergoeding in aanmerking:
Overlijden en lichamelijk letsel, waaronder medisch erkend psychisch letsel.
Schade aan goederen, met uitzondering van onder meer het gebrekkige product zelf en uitsluitend professioneel gebruikte goederen.
Vernietiging of beschadiging van niet-professioneel gebruikte gegevens.
Voor de verpakkingsmachine uit het voorbeeld betekent dit dat de gewonde medewerker vergoeding van zijn letselschade kan vorderen. Schade aan de uitsluitend professioneel gebruikte machine valt daarentegen buiten dit regime.
De oude ondergrens van € 500 voor zaakschade vervalt; de richtlijn kent geen algemeen maximumbedrag. Zuiver economisch verlies valt buiten dit regime, maar andere rechtsgronden kunnen relevant blijven.
Wat verandert er in de bewijspositie?
De benadeelde moet in beginsel schade, gebrek en causaal verband aantonen. De richtlijn voorziet in rechterlijke openbaarmaking van relevant bewijs en in weerlegbare bewijsvermoedens.
Openbaarmaking van bewijs
De benadeelde kan de rechter om een bevel tot openbaarmaking verzoeken wanneer de vordering voldoende aannemelijk is gemaakt. De rechter beperkt dit tot noodzakelijk en evenredig bewijs en beschermt bedrijfsgeheimen. Er bestaat daardoor geen algemene verplichting om op eigen initiatief alle documenten af te geven. Ook de onderneming kan onder voorwaarden openbaarmaking door de eiser verlangen; andere wettelijke of contractuele informatieplichten kunnen daarnaast bestaan.
Wanneer gelden bewijsvermoedens?
Een gebrek kan onder meer worden vermoed wanneer een onderneming niet aan een openbaarmakingsbevel voldoet, wanneer relevante wettelijke veiligheidseisen zijn geschonden of wanneer schade volgt uit een kennelijke storing bij voorzienbaar gebruik. Ook het causale verband kan worden vermoed wanneer een vastgesteld gebrek typisch deze schade veroorzaakt. Bij uitzonderlijke technische complexiteit zijn aanvullende vermoedens mogelijk. Alle vermoedens zijn weerlegbaar: er is geen algemene omkering van de bewijslast.
Logbestanden, testresultaten, wijzigingsregistraties en goedkeuring van updates helpen bij reconstructie van bijvoorbeeld de veiligheidscontrole van de verpakkingsmachine.
Hoe lang blijft een onderneming aansprakelijk?
Een schadevordering verjaart in beginsel drie jaar nadat de benadeelde bekend is of had moeten zijn met de schade, het gebrek en de aansprakelijke partij. Daarnaast geldt een vervaltermijn van tien jaar vanaf het in de handel brengen of in gebruik stellen; bij een ingrijpende wijziging kan een nieuwe termijn beginnen. Voor laat zichtbaar persoonlijk letsel kan onder voorwaarden 25 jaar gelden. Dit maakt zorgvuldige registratie van wijzigingen en veiligheidsbeslissingen belangrijk.
Wat betekent dit voor contracten, leveranciers en verzekeringen?
Productaansprakelijkheid raakt productontwikkeling, inkoop, kwaliteitsmanagement, IT, juridische zaken en compliance. Bij software en digitale diensten is samenwerking tussen deze functies noodzakelijk.
Leveranciersafspraken: regel productveiligheid, updates, informatie en onderling verhaal.
Documentatie en processen: registreer wijzigingen en veiligheidscontroles.
Bewijsbeheer: zorg dat technische en commerciële dossiers vindbaar, bewaard en beschermd zijn.
Verzekeringen: toets dekking van bedrijfs-, productaansprakelijkheids- en cyberverzekeringen aan de feitelijke activiteiten.
De GPSR, Cyber Resilience Act en AI Act stellen binnen hun eigen reikwijdte aanvullende eisen; sommige daarvan gelden al, andere gefaseerd. Hun preventieve verplichtingen zijn te onderscheiden van civiele productaansprakelijkheid.
Wanneer gaan de nieuwe regels gelden?
De richtlijn moet uiterlijk 9 december 2026 zijn omgezet. De Tweede Kamer nam wetsvoorstel 36 906 op 15 oktober 2026 aan; op de artikelpublicatiedatum was de nationale procedure nog niet afgerond. Na de rectificatie van 7 mei 2026 geldt de nieuwe regeling voor producten die vanaf 9 december 2026 in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld. Voor eerdere producten blijft in beginsel het oude regime gelden.
Het is verstandig contracten, softwareafhankelijkheden, dossiers en verzekering nu al te toetsen. Bovendien gelden andere productveiligheidsverplichtingen mogelijk al.
Wat betekent dit voor uw onderneming en hoe kan DUFINCO helpen?
De herziene regels vragen om inzicht in producten, ketenrollen en de organisatie van verantwoordelijkheden. DUFINCO helpt eerst te bepalen welke regels en risico's relevant zijn en vertaalt dit naar contracten, leveranciersrelaties, governance, compliance en interne beheersing.
Wilt u weten welke voorbereiding voor uw onderneming nodig is? Neem contact op via info@dufinco.nl of +31 (0)6 512 47 217.

