Rapporteren onder de VSME: lichter, maar niet voor iedereen gelijk
- Miranda Haak
- 24 uur geleden
- 6 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 5 uur geleden

Rapporteren onder de VSME: waar zit de verlichting?
Op 3 juli 2026 heeft de Europese Commissie een gedelegeerde verordening vastgesteld met een nieuwe vrijwillige standaard voor duurzaamheidsrapportage: de Voluntary Sustainability Reporting Standard. Deze bouwt voort op de VSME die EFRAG in december 2024 publiceerde en die de Commissie in 2025 via een aanbeveling ondersteunde.
Rapporteren onder de VSME verandert daarmee op verschillende onderdelen. De belangrijkste vraag is echter niet óf er iets verandert, maar of rapporteren onder de VSME voor iedere onderneming daadwerkelijk lichter wordt.
Het antwoord hangt sterk af van de omvang van uw onderneming en de keuze tussen de Basic- en Comprehensive Module. Voor ondernemingen met maximaal tien werknemers is de verlichting het duidelijkst. Voor ondernemingen die Comprehensive toepassen, is het beeld gemengder: sommige datapoints verdwijnen of worden eenvoudiger, andere verhuizen of gelden juist eerder.
Let op: de gedelegeerde verordening is nog niet in werking getreden. Het Europees Parlement en de Raad kunnen de handeling nog verwerpen. Als geen bezwaar wordt gemaakt, kan zij na publicatie in het Publicatieblad van de EU in werking treden.
Geen volledig nieuwe standaard
De toekomstige Voluntary Standard is geen volledig herschreven of sterk uitgeklede versie van de VSME 2024. De herkenbare structuur blijft bestaan: een Basic Module met B1 tot en met B11 en een Comprehensive Module met C1 tot en met C9.
Ook de belangrijkste ESG-onderwerpen blijven terugkomen, waaronder energie, broeikasgasemissies, water, biodiversiteit, afval, werknemers, mensenrechten, klimaatrisico's en ondernemingsgedrag.
Ondernemingen die al met de VSME 2024 werken, hoeven daarom niet opnieuw vanaf nul te beginnen. Veel bestaande gegevens en analyses blijven waarschijnlijk bruikbaar. Wel moeten inventarisaties, vragenlijsten en rapportageformats opnieuw langs de toekomstige tekst worden gelegd. Verschillende datapoints zijn gewijzigd, verplaatst, anders geclassificeerd of geschrapt.
De belangrijkste verschillen
De tabel laat zien waarom de uitkomst niet voor iedere onderneming hetzelfde is.
Onderwerp | Wat verandert? | Effect |
Energie en Scope 1 en 2 | Blijven essentieel boven 10 werknemers; vrijwillig bij maximaal 10. | Lichter voor de kleinste ondernemingen |
Emissies per omzeteenheid | De ratio Scope 1 + 2 gedeeld door omzet vervalt. | Duidelijke verlichting |
Biodiversiteit | Hectaregegevens vervallen; locaties en naam van het gevoelige gebied blijven indien van toepassing. | Minder kwantitatief |
Water | Wateronttrekking blijft; waterverbruik bij aanzienlijk waterverbruikende productie. Vrijwillig bij maximaal 10. | Gewijzigd; microverlichting |
Afval en materiaalstromen | Blijven aanwezig, maar vrijwillig bij maximaal 10 werknemers. | Lichter voor de kleinste ondernemingen |
Personeelsverloop | Van Basic vanaf 50 naar Comprehensive: essentieel boven 10 en vrijwillig bij maximaal 10. | Lichter bij Basic-only; mogelijk zwaarder bij Comprehensive 11–49 |
Genderloonkloof | Alleen als andere Europese of nationale wetgeving rapportage verlangt. | Duidelijke verlichting |
Opleidingsuren | Uitsplitsing naar gender vervalt. | Vereenvoudigd |
C2: beleid en targets | Meer expliciete informatie over leveranciers, klanten en de onder B2 genoemde targets. | Op onderdelen uitgebreider |
Scope 3 | Geen algemene plicht; meer nadruk bij sectoren met waarschijnlijk significante categorieën. | Beoordeling wordt relevanter |
Gevoelige informatie | Ruimere uitzondering; gebruik per datapoint kenbaar maken en jaarlijks herbeoordelen. | Praktischer, met voorwaarden |
PAB-uitsluiting | De afzonderlijke verklaring vervalt. | Duidelijke verlichting |
1. De duidelijkste verlichting: maximaal tien werknemers
Onder de VSME 2024 bestond geen vergelijkbare algemene differentiatie voor ondernemingen met maximaal tien werknemers. In de toekomstige standaard worden verschillende datapoints in Basic én Comprehensive voor deze groep vrijwillig.
Dat betreft onder meer onderdelen over energie, Scope 1- en Scope 2-emissies, water, afval en materiaalstromen, bedrijfsmodel en strategie, klimaatdoelen en klimaatrisico's, personeelsverloop en bepaalde informatie over mensenrechtenbeleid.
Dit kan een wezenlijke verlichting opleveren. Het is echter geen vrijstelling voor de hele rapportage. Andere disclosures blijven onder hun eigen voorwaarden essentieel of van toepassing. De grens van tien werknemers moet dus per datapoint worden beoordeeld.
2. Ook voor grotere ondernemingen verdwijnen datapoints
Een duidelijk voorbeeld is de ratio voor broeikasgasemissies per omzeteenheid. Onder de VSME 2024 wordt de som van Scope 1 en Scope 2 gedeeld door de omzet in euro's. In de toekomstige standaard ontbreekt een overeenkomstig datapoint. Deze ratio vervalt dus volledig.
Ook de oppervlakte in hectare bij biodiversiteitsrapportage en de afzonderlijke verklaring over uitsluiting van EU Paris-aligned Benchmarks verdwijnen. De genderloonkloof hoeft alleen nog te worden gerapporteerd als andere Europese of nationale wetgeving dat verlangt. Opleidingsuren hoeven niet langer naar gender te worden uitgesplitst.
De omgang met gevoelige informatie wordt eveneens praktischer. De toekomstige standaard bevat een ruimere grondslag om geclassificeerde of gevoelige informatie, waaronder bedrijfsgeheimen, weg te laten. De onderneming moet wel per datapoint kenbaar maken dat zij de uitzondering gebruikt en jaarlijks opnieuw beoordelen of dit nog gerechtvaardigd is.
3. Personeelsverloop: verlichting én verzwaring
Personeelsverloop laat goed zien waarom een algemene conclusie niet volstaat. Onder de VSME 2024 staat dit datapoint in de Basic Module en geldt het vanaf 50 werknemers. In de toekomstige standaard verhuist het naar C5 van Comprehensive. Daar is het essentieel boven tien werknemers en vrijwillig bij maximaal tien werknemers.
Basic-only: personeelsverloop vervalt en de rapportage wordt lichter.
Comprehensive met 11–49 werknemers: het datapoint wordt eerder essentieel en kan dus zwaarder uitpakken.
Comprehensive vanaf 50 werknemers: de informatie blijft nodig, maar verhuist naar een andere module.
Maximaal 10 werknemers: het datapoint is vrijwillig.
4. Comprehensive wordt preciezer, niet automatisch lichter
De Comprehensive Module van de VSME 2024 bevat een algemene bepaling dat C1 tot en met C9 moeten worden overwogen en, indien van toepassing, gerapporteerd. In de toekomstige tekst wordt per datapoint duidelijker aangegeven of informatie essentieel, voorwaardelijk of vrijwillig is. Ook staat erbij welke informatie vrijwillig is voor ondernemingen met maximaal tien werknemers.
Deze systematiek is duidelijker en gerichter, maar betekent niet dat Comprehensive overal minder zwaar wordt. Sommige informatie blijft essentieel en op enkele plaatsen wordt de uitvraag explicieter.
C2 verlangt bijvoorbeeld aanvullende informatie over de specifieke praktijken, beleidsmaatregelen en toekomstige initiatieven die al onder B2 zijn vermeld. De onderneming geeft daarbij aan of het beleid leveranciers of klanten omvat en beschrijft kort de onder B2 geïdentificeerde targets.
5. Scope 3 blijft vrijwillig, maar krijgt meer nadruk
Scope 3-emissies worden niet algemeen verplicht. De toekomstige tekst maakt wel concreter wanneer er aanleiding is om Scope 3 te beoordelen. Zij noemt onder meer productie, agrifood, bouw en vastgoed en verpakkingsprocessen als activiteiten waarbij significante Scope 3-categorieën waarschijnlijker kunnen zijn.
Dat schept geen automatische rapportageplicht. Voor ondernemingen in deze sectoren wordt het wel belangrijker om onderbouwd vast te stellen of Scope 3 relevant is. De verandering zit dus vooral in de nadruk en toelichting.
6. Mogelijk belangrijker: de value-chain cap
Een belangrijk deel van de verwachte lastenverlichting zit niet in het schrappen van datapoints, maar in de juridische functie van de standaard. De Voluntary Standard wordt het referentiekader voor de zogenoemde value-chain cap.
Ondernemingen die op grond van de Accounting Directive over duurzaamheid rapporteren, mogen voor die rapportage in beginsel niet méér duurzaamheidsinformatie verlangen van beschermde ondernemingen in hun waardeketen dan de standaard omvat. Een beschermde onderneming kan een verzoek boven dit kader weigeren.
De bescherming is niet onbeperkt. Zij geldt voor informatieverzoeken ten behoeve van duurzaamheidsrapportage onder de Accounting Directive. Voor bijvoorbeeld kredietverlening, contractuele afspraken of andere Europese of nationale verplichtingen kan aanvullende informatie nog steeds worden gevraagd.
Wat betekent dit voor bestaande VSME-trajecten?
Een belangrijk deel van de bestaande inrichting kan bruikbaar blijven. Wel is een gerichte herbeoordeling nodig:
Welke datapoints zijn behouden, gewijzigd, verplaatst of geschrapt?
Welke informatie is essentieel, voorwaardelijk of vrijwillig?
Waar geldt de verlichting voor maximaal tien werknemers?
Past Basic bij de informatiebehoefte, of is ook Comprehensive nodig?
Welke gevolgen hebben verplaatste datapoints, zoals personeelsverloop?
Zijn Scope 3 of andere sectorspecifieke gegevens relevant?
Sluiten bestaande vragenlijsten, formats en software nog aan?
Conclusie
De voorgestelde Voluntary Standard maakt de duurzaamheidsrapportage voor veel mkb-ondernemingen eenvoudiger en flexibeler. Dat betekent echter niet dat organisaties achterover kunnen leunen. Ook onder de nieuwe standaard blijft het belangrijk om inzicht te hebben in relevante ESG-thema's, beschikbare gegevens en de verwachtingen van klanten, financiers en andere stakeholders.
De feitelijke impact verschilt per onderneming. Zij hangt onder meer af van de omvang van de organisatie, de sector waarin zij actief is, haar positie in de waardeketen en de keuze voor de Basic- of Comprehensive Module. Een belangrijk deel van de bestaande VSME-inrichting kan bruikbaar blijven, maar een gerichte herbeoordeling van datapoints, processen, rapportageformats en software is noodzakelijk.
De vraag is daarom niet alleen óf de rapportageverplichtingen veranderen, maar vooral wat deze veranderingen betekenen voor uw organisatie en hoe u zich daarop praktisch kunt voorbereiden.
Meer weten?
DUFINCO heeft de VSME 2024 en de op 3 juli 2026 door de Europese Commissie vastgestelde Voluntary Sustainability Reporting Standard op paragraaf- en datapointniveau met elkaar vergeleken.
Wilt u weten:
welke wijzigingen voor uw organisatie relevant zijn;
welke rapportageverplichtingen daadwerkelijk veranderen;
welke gegevens u moet verzamelen;
of hoe u de nieuwe standaard praktisch kunt implementeren?
DUFINCO helpt organisaties bij het vertalen van wet- en regelgeving naar de praktijk. Wij beoordelen welke verplichtingen op uw organisatie van toepassing zijn en ondersteunen bij de inrichting van processen, governance en rapportage.
Neem vrijblijvend contact op via info@dufinco.nl of bel +31 (0)6 512 47 217 voor een eerste verkenning.

